Cornelis Springer (1815-1891) is één van de grote Nederlandse schilders van de Romantiek. Springer is de schilder van de zonuitgelichte gevels, van de rijke ornamenten en de nuances in het zandsteen, van het dagelijkse leven in de straten van de stad, van de handel en de kindertjes die naar school gaan. Cornelis Springer had dat van geen vreemde, die fascinatie voor architectuur en gebouwen; in zijn familie zaten meester-timmerlieden en architecten. Met de paplepel ingegoten dus! Cornelis Springer koos ervoor om overwegend de buurten uit de 17e eeuw weer te geven, alsof hij zich niet wilde neerleggen bij de voortschrijdende veranderingen. Want niet alleen de huizen en gebouwen doen nostalgisch aan, ook de mensen en hun kledij zien er wat ouderwets uit.

Springer schilderde de stad die door haar leeftijd aan schoonheid had gewonnen, van Zeeland tot Friesland. Springers composities zijn onmiskenbaar, een sterk lijnenspel met een treffend perspectief, waarbij de lichte partijen -zoals de luchten en de uitgelichte achtergronden- als het ware leunen tegen de met gebouwen beklede zijkanten. En de zonneschijn is bij Springer altijd aanwezig. Wanneer je op een zonnige dag door een oude stad loopt, dan kunnen de details van de gebouwen je blik ineens vangen. Dat is in feite wat Springer ook doet, alleen dan met het gehele beeld. Daarbij had hij de gave om de verbeelde werkelijkheid een beetje mooier te maken, te polijsten. Je beleeft het stadsgezicht door Springers ogen; de materialen zitten vol contrasten en de kleuren van de stoffering hebben een fluwelige frisheid.

Bedrijvigheid in de St. Jansstraat te Haarlem met op de achtergrond de St. Bavokerk
aquarel 58.4 x 46.5 cm,
gesigneerd linksonder en gedateerd 1870

Vaak maakte Cornelis Springer ter plekke eerst een schets die hij als uitgangspunt nam voor het schilderij of de aquarel; zo bestaan er van het onderhavige werk twee voorstudies: een potloodschets in grote lijnen en daarna een meer uitgewerkte schets in zwart krijt, beide uit 1868. Voor zijn composities maakte hij bijna standaard gebruik van diagonalen; zo ook hier. Rechtsvoor op de aquarel staat het poortje van het Sinte Barbara of Barbera Vrouwen Gasthuys voor behoeftige vrouwen dat gebouwd is in 1624, maar eigendom was van een veel oudere stichting die in 1435 was opgericht. In 1841 werd er in het gebouw een school gevestigd: op de witte gevelplaat staat op de aquarel te lezen ‘Bewaar en oefenschool voor jonge kinderen’. Het witte paardje met wapenschild in een blauw medaillon dat op de aquarel boven de witte gevelplaat is bevestigd, zit tegenwoordig op die plaat, waar de tekst over de bewaarschool inmiddels van is verdwenen. Mogelijk stond het gebouw voor de invoering van straatnummers bekend als ‘Het witte paard’. De trapgevel naast het poortje is nu verdwenen, maar de tuitgevel dáárnaast bestaat nog. Aan de huizen daarachter is sinds de datum van de aquarel ook een en ander veranderd. Zo geeft dit stadsgezicht -naast een esthetisch genoegen- ook interessante historisch-topografische informatie.